Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan achttien schuldeisers, waarbij zij 10,68% aan preferente en 5,39% aan concurrente schuldeisers wil betalen. Zeventien schuldeisers stemden in, één schuldeiser weigerde. Verzoekster vroeg de rechtbank deze schuldeiser te bevelen in te stemmen met het akkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod het uiterste is wat verzoekster kan bieden, mede gelet op haar afstand tot de arbeidsmarkt en de stabiele inkomenspositie. Het akkoord biedt een gunstiger resultaat voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten en een kortere looptijd kent.
De rechtbank weegt het belang van de meerderheidsbelanghebbenden en verzoekster zwaarder dan dat van de weigeraar en beveelt de schuldeiser tot instemming. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. De kosten van de procedure worden begroot op nihil en aan de schuldeiser opgelegd.