Eiseres en gedaagde hebben een relatie gehad en samen gewoond, waaruit een zoon is geboren. Na de beëindiging van de relatie op 5 juni 2023 verliet eiseres de gezamenlijke woning met haar zoon, maar liet een aantal spullen achter. Eiseres vordert afgifte van deze spullen, terwijl gedaagde erkent een deel te moeten afgeven, maar stelt dat hij sommige spullen niet bezit en andere mag houden.
Tijdens de procedure zijn sommige spullen al overgedragen, en partijen zijn het eens over een aantal items die nog moeten worden afgegeven. Voor sommige spullen is onduidelijkheid over eigendom of bezit, waardoor de vorderingen daarop worden afgewezen. De kantonrechter kan niet vaststellen dat gedaagde bepaalde spullen nog heeft en wijst die vorderingen af.
De kantonrechter bepaalt dat de spullen die nog moeten worden afgeleverd binnen veertien dagen na het vonnis aan eiseres moeten worden gegeven. Om naleving af te dwingen, wordt een dwangsom van €25 per dag opgelegd bij niet-tijdige afgifte, met een maximum van €500. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.