ECLI:NL:RBROT:2023:8034

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
5 september 2023
Zaaknummer
10593912
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 RvArt. 65 RvArt. 111 RvArt. 120 RvArt. 121 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens ernstige formele gebreken in kort geding tegen Gemeente Rotterdam

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres tegen Gemeente Rotterdam inzake een dwanginvordering. De gemeente is niet verschenen, maar de kantonrechter verleent geen verstek omdat de dagvaarding ernstige formele gebreken vertoont. Zo is de dagvaarding niet door een deurwaardersexploot betekend, ontbreekt het adres van de rechtbank, zijn de rechtsgevolgen bij niet verschijnen onjuist vermeld en is onterecht griffierecht bij verschijnen aan de gemeente opgelegd.

Eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat het document met de titel 'appèldagvaarding' als dagvaarding moet worden beschouwd. De kantonrechter oordeelt dat de gebreken van dien aard zijn dat de dagvaarding de gemeente niet heeft bereikt en dat van de gemeente niet verwacht kan worden op basis van deze dagvaarding te verschijnen.

Daarom wordt de dagvaarding nietig verklaard en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gemeente op nihil worden vastgesteld. Het vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.

Uitkomst: De dagvaarding wordt nietig verklaard vanwege ernstige formele gebreken, zonder verstekverlening aan de gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10593912 VV EXPL 23-329
datum uitspraak: 23 augustus 2023 (bij vervroeging)
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
Gemeente Rotterdam, Afdeling Belastingen: Dwanginvordering,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Gemeente Rotterdam’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier, met bijlagen;
  • de mails van [eiseres] van 10, 13 en 17 juli en 1 augustus 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 21 augustus 2023 is de zaak tijdens een zitting met [persoon A] , namens [eiseres] , besproken. Gemeente Rotterdam is niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
Gemeente Rotterdam is niet in deze procedure verschenen. Er wordt echter geen verstek tegen haar verleend (artikel 139 Rv Pro). De dagvaarding voldoet namelijk op een groot aantal punten niet aan de wettelijke vereisten. Tijdens de zitting heeft [persoon A] aangegeven dat het document met de titel ‘appèldagvaarding’ dat zij bij haar e-mail van 13 juli 2023 heeft gevoegd, moet worden gezien als de dagvaarding. Deze dagvaarding heeft onder andere de volgende formele gebreken (artikel 45 en Pro 111 Rv):
  • de dagvaarding is niet door middel van een deurwaardersexploot betekend aan Gemeente Rotterdam, maar alleen door [persoon A] ondertekend en gemaild;
  • het adres van de rechtbank is niet opgenomen;
  • de rechtsgevolgen wanneer Gemeente Rotterdam niet in het geding verschijnt zijn niet correct vermeld;
  • ten onrechte is vermeld dat Gemeente Rotterdam bij verschijning griffierecht moet betalen.
Los van deze formele gebreken is uit de dagvaarding niet op te maken wat [eiseres] nu precies eist en wat de grondslag ervan is.
2.2.
De kantonrechter geeft [eiseres] niet de gelegenheid om deze gebreken te herstellen. De gebreken zijn namelijk van zo’n aard dat kan worden aangenomen dat de dagvaarding door de gebreken Gemeente Rotterdam niet heeft bereikt. Zelfs als deze dagvaarding Gemeente Rotterdam wel zou hebben bereikt, kan door de aard van de gebreken, niet van haar worden verwacht dat zij op basis van deze dagvaarding verschijnt. De conclusie is dat de kantonrechter de dagvaarding nietig verklaart (artikel 65, 120 en 121 Rv en ECLI:NL:HR:1989:AD5729).
2.3.
[eiseres] moet de proceskosten betalen, die aan de kant van Gemeente Rotterdam worden vastgesteld op € 0.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart de dagvaarding nietig;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Gemeente Rotterdam tot vandaag worden vastgesteld op € 0.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
33394