In deze kortgedingprocedure vordert eiseres tegen Gemeente Rotterdam inzake een dwanginvordering. De gemeente is niet verschenen, maar de kantonrechter verleent geen verstek omdat de dagvaarding ernstige formele gebreken vertoont. Zo is de dagvaarding niet door een deurwaardersexploot betekend, ontbreekt het adres van de rechtbank, zijn de rechtsgevolgen bij niet verschijnen onjuist vermeld en is onterecht griffierecht bij verschijnen aan de gemeente opgelegd.
Eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat het document met de titel 'appèldagvaarding' als dagvaarding moet worden beschouwd. De kantonrechter oordeelt dat de gebreken van dien aard zijn dat de dagvaarding de gemeente niet heeft bereikt en dat van de gemeente niet verwacht kan worden op basis van deze dagvaarding te verschijnen.
Daarom wordt de dagvaarding nietig verklaard en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gemeente op nihil worden vastgesteld. Het vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023.