ECLI:NL:RBROT:2023:8093

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2023
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
660550
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling ter versterking relatie minderjarige en vader

De rechtbank Rotterdam heeft op 8 augustus 2023 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen voor de duur van negen maanden. Dit besluit volgt op een eerdere gesloten plaatsing van een jaar en een positieve ontwikkeling in de situatie van de minderjarige, die inmiddels weer bij haar moeder woont. De jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om de relatie tussen de minderjarige en haar vader te versterken en terugval te voorkomen.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft het verzoek tot verlenging ingediend, waarbij zowel de minderjarige als de moeder achter het verzoek staan. De vader voert verweer en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, hoewel hij wel openstaat voor samenwerking met de huidige jeugdbeschermer. Hij betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling vanwege de lichte ontwikkelingsbedreiging en meent dat afspraken ook zonder tussenkomst van de jeugdbeschermer kunnen worden gemaakt.

De kinderrechter oordeelt dat ondanks de positieve ontwikkelingen en lichte bedreiging, de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk blijft om escalaties te voorkomen en de relatie tussen de vader en minderjarige te verbeteren. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 12 mei 2024 en uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor negen maanden tot 12 mei 2024.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/660550 / JE RK 23-1419
Datum uitspraak: 8 augustus 2023
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige01],
geboren op [geboortedatum01] 2008 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
[vader01],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats02] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
[stiefvader01] ,
hierna te noemen: de stiefvader, wonende te [woonplaats01] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 juni 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder en de stiefvader
  • mr. A.L. Witteveen, waarnemend voor mr. F. Pool;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam01]
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige01] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige01] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige01] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] .
2.2.
[voornaam minderjarige01] woont bij haar moeder en de stiefvader.
2.3.
Bij beschikking van 2 augustus 2022 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] verlengd tot 12 augustus 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] te verlengen voor de duur van negen maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige01] en de vader hebben een positieve ontwikkeling doorgemaakt. De afgelopen periode is geïnvesteerd in het contactherstel tussen de vader en [voornaam minderjarige01] . Ook aan het contact tussen de vader en de GI is hard gewerkt. De vader staat open voor feedback, maar vindt het soms lastig om de tips in de praktijk toe te passen. Zo is het huis van de vader vaak rommelig, maar gaat hij daarmee aan de slag als de GI hem daarop aanspreekt. Ook staat de vader ervoor open dat [voornaam minderjarige01] in de vakantieperiode terug naar de moeder kan als zij volloopt. Zonder tussenkomst van de GI was het lastig geweest om deze afspraak te maken. Daarvoor is de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog steeds nodig. Er wordt toegewerkt naar begeleiding vanuit de gemeente in het vrijwillige kader, maar de overstap is nog te snel. De vader is het vertrouwen in de hulpverlening kwijtgeraakt, maar gaat met de huidige jeugdbeschermer wel de samenwerking aan. Het is in het belang van [voornaam minderjarige01] om dat in stand te houden, zodat escalaties kunnen worden voorkomen. Het is te vroeg om de situatie geheel los te laten.
4.2.
De moeder staat achter het verzoek van de GI. De ondertoezichtstelling helpt [voornaam minderjarige01] bij hoe zij om moet gaan met de situatie en om op een goede manier met de vader te communiceren. Daarnaast helpt de jeugdbeschermer bij het maken van afspraken rondom de omgang en vakanties. De basisafspraken kan de moeder samen met de vader maken. Problemen ontstaan zodra een situatie escaleert tussen de vader en [voornaam minderjarige01] . Het lukt de moeder dan niet om met de vader in gesprek te gaan. Het herstel tussen [voornaam minderjarige01] en de vader is dan moeizaam. Dat is zorgelijk als de bemoeienis van de jeugdbeschermer weg valt. Daarnaast is de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de overgang naar de gemeente op een juiste manier te maken. Er zal dan weer een nieuwe hulpverlener betrokken raken, terwijl het contact met de huidige jeugdbeschermer goed gaat.
4.3.
Namens de vader is verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling. De vader is niet aanwezig bij de mondelinge behandeling, omdat hij het gevoel heeft dat het geen verschil maakt. Hij is het niet eens met de ondertoezichtstelling. De samenwerking met de huidige jeugdbeschermer is goed. Er heeft een herstelgesprek plaats gevonden, waardoor de vader zich gehoord voelt. De vader had het gevoel dat eerst vooral is ingezet op contactherstel tussen de moeder en [voornaam minderjarige01] . Hij werd daar niet bij betrokken, waardoor de vader uit de samenwerking is gestapt. Dat was niet verstandig. Hij doet zijn best om weer aan te sluiten bij [voornaam minderjarige01] en dat verloopt goed. Er zijn afspraken gemaakt over de vakantie, waarbij is besloten dat [voornaam minderjarige01] terug kan naar de moeder als het te veel wordt. De vader heeft het vertrouwen dat het contact met [voornaam minderjarige01] en de moeder ook goed blijft verlopen zonder de betrokkenheid van een jeugdbeschermer. Het vastleggen van de afspraken rondom de vakantie zou ook zonder tussenkomst van de jeugdbeschermer zijn gelukt. De afwijkende afspraken met bijvoorbeeld verjaardagen bespreken de ouders al onderling. Dat is een positieve verandering. Ook het gedrag van [voornaam minderjarige01] is verbeterd. Er is een coach bij haar betrokken, die haar kan ondersteunen bij het contact met de vader. Ingeval van een escalatie kan vanuit de gemeente of de begeleiding van vader van Pameijer hulp worden geboden. De ouders en [voornaam minderjarige01] worden niet aan hun lot overgelaten. Het kan niet zo zijn dat de situatie te pril blijft zolang escalaties plaatsvinden. Het gaat erom dat de escalaties goed worden ondervangen. Dat kan ook in het vrijwillige kader. De GI geeft zelf in het verzoekschrift aan dat er sprake is van een lichte ontwikkelingsbedreiging. Dat is geen grond voorde ondertoezichtstelling. Er zijn geen doelen waar actief aan moet worden gewerkt. Het verzoek moet daarom worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
Alle betrokken partijen zijn het erover eens dat er goede stappen zijn gezet, waardoor de ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige01] (gelukkig) licht is. Het moet alleen niet worden vergeten dat zij een jaar lang op een gesloten groep op Harreveld heeft gezeten, omdat het toen niet goed ging met [voornaam minderjarige01] . Zij woont sinds een jaar weer bij haar moeder en dat verloop positief. Ook het contact met de vader gaat met stappen vooruit. Dit maakt dat de bedreiging licht is, maar nog altijd aanwezig. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk is. Het risico is te groot dat het zonder deze betrokkenheid niet lukt om afspraken te maken, waardoor de relatie tussen [voornaam minderjarige01] en de vader hard achteruit kan gaan. [voornaam minderjarige01] heeft in het gesprek met de kinderrechter daarover haar zorgen geuit. Ook de advocaat van de vader geeft namens hem aan dat de vader klaar is met de hulp. Juist daarom is het fijn dat nu een jeugdbeschermer betrokken is waar de vader in goed contact staat. In samenwerking met de GI lukt het nu om afspraken te maken en om de zorgen van [voornaam minderjarige01] te bespreken. Het is de vraag of het ook een nieuwe hulpverlener in het vrijwillige kader lukt om de vader en [voornaam minderjarige01] op dezelfde lijn te krijgen bij een escalatie. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om ook de komende periode de relatie tussen [voornaam minderjarige01] en vader verder te versterken en om afspraken te maken die een sterke terugval voorkomen. Daarnaast geeft [voornaam minderjarige01] aan dat zij de betrokkenheid heel prettig vindt. [voornaam minderjarige01] verdient een betrokken jeugdbeschermer nadat zij een jaar lang hard aan zichzelf heeft gewerkt op Harreveld.
5.3.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] verlengen voor de duur van negen maanden (artikel 1:260, eerste lid, BW).

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] tot 12 mei 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2023 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. de Pater als griffier, en op schrift gesteld op 5 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.