ECLI:NL:RBROT:2023:8135
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking naam rederij en schip op grond van artikel 8.8 Woo bevestigd
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn Wob-verzoek door de minister van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft eerder een tussenuitspraak gedaan, waarna de minister het eerste bestreden besluit heeft ingetrokken en een nieuw besluit heeft genomen. Dit tweede besluit wijzigt eerdere besluiten en wijst openbaarmaking toe van bepaalde gegevens over inbeslagname van drugs, maar weigert openbaarmaking van de naam van de rederij en/of het schip op grond van artikel 8.8 van de Wet open overheid (Woo).
De rechtbank oordeelt dat het eerste besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was en vernietigt dit besluit. Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard omdat de weigering van openbaarmaking van de naam van de rederij en/of het schip terecht is. De rechtbank overweegt dat deze gegevens strafvorderlijke gegevens zijn in de zin van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en daardoor op grond van de Woo niet openbaar gemaakt mogen worden.
De rechtbank wijst erop dat de bescherming van deze gegevens technologieneutraal is en ook handmatig verwerkte gegevens omvat. De minister heeft de juiste wettelijke grondslag gehanteerd en de motivering is voldoende. De rechtbank draagt de minister op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden, maar wijst verdere proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is gegrond en dit besluit wordt vernietigd; het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard.