De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een jaar vanwege een onrustige en onveilige thuissituatie. De kinderen woonden bij hun ouders die recent hun relatie hadden hersteld en openstonden voor hulpverlening. Desondanks bleef de situatie kwetsbaar vanwege terugkerende patronen uit het verleden, waaronder huiselijk geweld en overmatig alcoholgebruik van de vader.
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting onderschreef het verzoek en benadrukte dat eerdere vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect had gehad. De ouders erkenden de problemen en stonden open voor hulp, maar vonden de geadviseerde hulpverlening vergaand, terwijl er al intensieve begeleiding plaatsvond.
De kinderrechter concludeerde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de emotioneel onveilige opvoedomgeving. Gezien de kwetsbaarheid en het risico op terugval achtte de rechter een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de hulpverlening te coördineren en passende ondersteuning te bieden. De ondertoezichtstelling werd toegewezen voor zes maanden met een pro forma datum voor tussentijdse evaluatie en verdere besluitvorming.