ECLI:NL:RBROT:2023:8256
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing contactverbod tussen echtgenoten in kort geding
De man en vrouw, gehuwd sinds november 2021 en ouders van een minderjarige dochter, zijn in een verstoorde relatie verwikkeld. De dochter was onder toezicht gesteld en is recent teruggeplaatst bij de vrouw. De vrouw deed meerdere aangiften tegen de man, die reeds een contactverbod en gevangenisstraf opgelegd kreeg.
De man vorderde een contactverbod tegen de vrouw omdat zij contact zou blijven zoeken, wat zijn nieuwe baan en omgang met de dochter zou bedreigen. Hij baseerde dit op enkele incidenten, waaronder een ontmoeting in oktober 2022 en een vermeende valse melding in juni 2023.
De rechtbank oordeelde dat het initiatief voor contact in oktober 2022 waarschijnlijk bij de vrouw lag, maar dat dit niet ernstig onrechtmatig is. De vermeende valse melding kon niet worden bewezen en was niet relevant voor het contactverbod. Een ontmoeting in augustus 2023 werd door de vrouw als toeval verklaard en niet onderbouwd door de man.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs is voor ernstig onrechtmatig handelen of concreet gevaar voor herhaling en dat een bodemprocedure kan worden afgewacht. Het gevorderde contactverbod werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het gevorderde contactverbod tegen de vrouw wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstig onrechtmatig handelen en concreet gevaar voor herhaling.