Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
De feiten
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een minderjarige die onder toezicht is gesteld vanwege problemen in de thuissituatie. De minderjarige en zijn vader zijn voortijdig naar Dubai geëmigreerd, waar het niet goed ging met de minderjarige. De vader werkt veel en is daardoor onvoldoende beschikbaar, terwijl de moeder vanuit Syrië naar Dubai kwam maar weer terugkeerde vanwege de situatie. De minderjarige kon niet worden ingeschreven op een school in Dubai en vertoonde agressief gedrag.
De vader stuurde de minderjarige terug naar Nederland in de verwachting dat de gecertificeerde instelling (GI) scholing, onderdak en behandeling zou regelen. De minderjarige arriveerde op 8 augustus 2023 in Nederland zonder woon- of verblijfplaats en zonder netwerk. De GI verzocht daarom spoedig een machtiging tot uithuisplaatsing, die door de kinderrechter werd verleend voor vier weken.
Tijdens de mondelinge behandeling stemde de vader in met het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 31 maart 2024. De minderjarige verblijft momenteel op een crisisplek en de GI zet zich in voor een passende vervolgplek, bij voorkeur bij Sterk Huis. De kinderrechter benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding primair bij de ouders ligt, die dit onvoldoende oppakken.
De kinderrechter concludeert dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige en verleent deze voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk via de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 31 maart 2024.