Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, met partiële vrijspraak van het medeplegen ten aanzien van al die feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van het voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
3.handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Ten eerste gaat het om het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen waarmee drugs, te weten cocaïne en heroïne, kunnen worden versneden en verwerkt. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de productie van harddrugs die, eenmaal in handen van gebruikers, een serieus risico voor de gezondheid van die gebruikers opleveren.
8.In beslag genomen voorwerpen
10.Bijlagen
11.Beslissing
bewezen, dat de verdachte de onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
niet bewezenhetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
gelast de teruggaveaan de rechthebbende van het Rolex-horloge.