ECLI:NL:RBROT:2023:8349

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2023
Publicatiedatum
12 september 2023
Zaaknummer
662232
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens schoolverzuim en opvoedproblemen

De gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming en Reclassering verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot een jaar vanwege aanhoudende zorgen.

De kinderen wonen bij hun moeder, die belast is met het ouderlijk gezag. Er is sprake van fors schoolverzuim, waarbij leerplicht is ingeschakeld, en zorgen over de hygiëne en het zelfbepalende gedrag van het oudste kind. De samenwerking tussen de ouders verloopt moeizaam, en de omgangsregeling wordt niet nageleefd.

Hoewel de moeder vooruitgang boekt, is haar draagkracht onvoldoende en weigert zij hulpverlening voor het jongste kind met een mogelijk trauma. De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is om de kinderen te beschermen en de betrokkenheid van een neutrale derde partij te waarborgen.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling verlengd tot 6 september 2024. Het contactherstel tussen vader en kinderen krijgt nadrukkelijke aandacht in de voortzetting van de maatregel.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt verlengd tot 6 september 2024 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/662232 / JE RK 23-1681
Datum uitspraak: 21 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
De gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[kind01],
geboren op [geboortedatum01] 2007 in [geboorteplaats01], hierna te noemen: [kind01],
[kind02],
geboren op [geboortedatum02] 2016 in [geboorteplaats02], hierna te noemen: [kind02].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam01],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats01].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam02],
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats02].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 juli 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam03].
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind01] en [kind02].
2.2.
[kind01] en [kind02] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van 23 augustus 2022 is de ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] verlengd tot 6 september 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. Er bestaan nog altijd zorgen over het forse schoolverzuim van [kind01] en [kind02]. Als gevolg hiervan is leerplicht ingeschakeld. Daarnaast zijn er zorgen over de hygiëne van het gezin en het zelfbepalende gedrag van [kind01]. De moeder doet haar best en er wordt vooruitgang geboekt, maar haar draagkracht en draaglast wordt overvraagd. Ook de samenwerking tussen ouders loopt nog niet goed. Het komende jaar is er daarom in het kader van een ondertoezichtstelling nog een derde neutrale partij en toezicht nodig. Ook kan die tijd gebruikt worden voor de inzet van speltherapie voor [kind02], omdat zij een trauma lijkt te hebben maar de moeder het hier niet mee eens is.

5.Het standpunt van de vader

5.1.
De vader geeft aan dat hij zijn kinderen terug wil. De vader voelt zich ongehoord. Hij maakt zich zorgen over de toekomst en het schoolverzuim van [kind01].

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
De kinderen worden nog altijd in hun ontwikkeling bedreigd. Dit komt mede doordat er nog zorgen zijn over het forse schoolverzuim van [kind01] en [kind02]. Het lukt de moeder tot op heden niet om de kinderen iedere dag op school te krijgen, waardoor leerplicht nu ook betrokken is geraakt. Daarnaast zijn er zorgen over het zelfbepalende gedrag en de persoonlijke verzorging van [kind01]. Daarnaast verloopt het contact tussen de ouders nog altijd niet goed genoeg en wordt de omgangsregeling met [kind02] en de vader niet nageleefd. De vader heeft geen contact met [kind01].
6.3.
De afgelopen periode is er hulpverlening ingezet bij de moeder waardoor er sprake is van een positieve ontwikkeling, met name in de hygiëne van de thuissituatie. Echter is de hulpverlening nog niet afgerond, mede doordat de moeder vaak afspraken afzegt. Gebleken is dat de moeder haar best doet, maar haar draagkracht en draaglast lijkt overvraagd. Ook ontvangt [kind02] op dit moment geen hulpverlening, omdat de moeder dit afhoudt, terwijl dit wel in haar belang is gelet op een mogelijk trauma.
6.4.
Doordat er nog altijd zorgen bestaan over het schoolverzuim, de persoonlijke verzorging en de opvoedsituatie van de kinderen is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling in het belang is van [kind01] en [kind02]. Omdat het belangrijk is dat een jeugdbeschermer betrokken blijft die moeder ondersteunt en de situatie van de kinderen volgt. Hierbij is het belangrijk dat er aandacht blijft voor het contactherstel tussen de vader en de kinderen. Daarnaast is het belangrijk dat de jeugdbeschermer optreedt als een neutrale derde voor de ouders, omdat zij nog niet in staat zijn gebleken om op een constructieve wijze te communiceren met elkaar. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] tot 6 september 2024;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2023 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van V. Lankhaar als griffier, en op schrift gesteld op 28 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.