ECLI:NL:RBROT:2023:8352

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2023
Publicatiedatum
12 september 2023
Zaaknummer
661942
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWArt. 1:247 BWArt. 1:275 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming voogd vanwege verstoorde relatie en bedreigde ontwikkeling minderjarige

De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 augustus 2023 een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige die sinds 2020 niet meer bij haar vader woont vanwege ernstige conflicten en gedragsproblemen. De minderjarige verblijft momenteel bij Sterk Huis en ontvangt passende hulpverlening.

De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) hebben het verzoek tot gezagsbeëindiging ingediend en ondersteund, stellende dat de vader niet in staat is de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen en dat het gezag door de vader niet wordt uitgeoefend. De vader stemt in met het verzoek en geeft aan zich al langere tijd geen vader meer te voelen.

De kinderrechter oordeelt dat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling door de verstoorde relatie en het ontbreken van een constructieve gezagsuitoefening. Gezien de leeftijd van de minderjarige en de noodzaak van het nemen van belangrijke beslissingen, is beëindiging van het gezag noodzakelijk. De GI wordt benoemd tot voogd om deze beslissingen te nemen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en benadrukt dat de vader biologisch ouder blijft en recht houdt op informatie, met het oog op mogelijk contactherstel.

Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/661942 / JE RK 23-5059
datum zitting: 21 augustus 2023

beschikking beëindiging van het ouderlijk gezag

in de zaak van

Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[kind01] ,

geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam01] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats01] ,
advocaat: mr. M. Netjes, kantoorhoudende te Rotterdam,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 10 juli 2023, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 21 augustus 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
  • [kind01] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • een vertegenwoordigster van de Raad, [naam02] ;
  • twee vertegenwoordig(st)ers van de GI, [naam03] en [naam04] .
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- [naam05] en [naam06] (als informanten).

De feitenHet ouderlijk gezag over [kind01] wordt uitgeoefend door de vader.

[kind01] verblijft bij Sterk Huis.
Bij beschikking van 14 januari 2021 is [kind01] onder toezicht gesteld. Bij die beschikking is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [kind01] verleend. Deze maatregelen zijn nadien steeds verlengd, voor het laatst tot 14 januari 2024.
De GI heeft zich bij brief van 2 maart 2023 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

Het verzoek

De Raad verzoekt het gezag van de vader, [naam01] geboren op [geboortedatum02 ] te [geboorteplaats02], te beëindigen en de GI tot voogd over [kind01] te benoemen.

Het standpunt van de Raad

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. Sinds 2019 zijn er al problemen tussen [kind01] en de vader. Door de grote conflicten kon [kind01] niet meer thuis wonen en is het contact tussen hen verslechterd. Ondanks de inzet van hulpverlening is er geen verbetering gekomen in de relatie van [kind01] en de vader, waardoor een thuisplaatsing niet meer mogelijk is. Daarnaast wil de vader geen gezag meer over [kind01] . Omdat hij zijn gezag niet wil uitoefenen wordt het nemen van belangrijke beslissingen bemoeilijkt. Daarom is een gezagsbeëindiging een noodzakelijke maatregel. De GI heeft zich, als onafhankelijke derde, bereid verklaard om de voogdij over [kind01] te dragen.

Het standpunt van de GI

De GI ondersteunt het verzoek van de Raad ter zitting en licht het volgende toe. [kind01] woont al langere tijd niet meer bij de vader en zij wil daar ook niet meer wonen. Er is sprake van een verstoorde relatie en de negatieve opmerkingen van de vader zijn belastend voor [kind01] en zij ervaart daar stress door. Het lukt de vader niet om aan te sluiten bij [kind01] en hij handelt niet in haar belang. Er is ten behoeve van een terugplaatsing verschillende hulpverlening ingezet, maar dit heeft onvoldoende tot een verbetering van de situatie geleid of is niet van de grond gekomen. Onlangs heeft de vader aangegeven geen gezag meer te willen over [kind01] . Hierdoor is hij niet betrokken bij belangrijke beslissingen, terwijl [kind01] iemand nodig heeft voor het nemen van die beslissingen. Omdat er geen verandering in de situatie is gekomen en ook niet verwacht wordt dat deze gaat komen is een gezagsbeëindiging in het belang van [kind01] .

Het standpunt van de vader

Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek, omdat hij zich al voor langere tijd geen vader meer voelt en dit niet meer mag zijn. Dit komt doordat de vader bij aanvang van de ondertoezichtstelling buitenspel is gezet. Er is toen zonder enig overleg besloten dat [kind01] niet meer teruggeplaatst zou worden, waarbij de vader niet is gehoord. Hij is weggezet als een slechte vader en niemand gelooft zijn kant van het verhaal. De vader heeft geprobeerd om betrokken te worden bij de ondertoezichtstelling, maar hiervoor is geen ruimte geweest. De vader kan het nu niet meer aan. Hij wordt alleen benaderd als hij een beslissing moet nemen, maar de vader heeft nauwelijks tot geen contact meer met [kind01] . Dit komt doordat er niet gewerkt is aan frequente contactmomenten, terwijl de mogelijkheid hier wel toe was. De vader hield en houdt van [kind01] , maar het gezag over [kind01] zorgt nu enkel voor verdriet en pijn.

De beoordeling

De kinderrechter overweegt, dat hij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
De kinderrechter is van oordeel dat er sprake is van de onder a. genoemde situatie, zoals verzocht en niet weersproken, en zal daarom overgaan tot de beëindiging van het gezag van de vader. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
[kind01] heeft een belast verleden. Haar moeder is overleden en er is sprake van een verstoorde relatie met de vader. Als gevolg van meerdere conflicten en escalaties bij de vader thuis, heeft [kind01] sinds 2020 verschillende verblijfsplekken gekend. Hierbij waren er zorgen over haar gedragsproblematiek en de persoonlijkheids- en identiteitsontwikkeling van [kind01] . De relatie tussen [kind01] en de vader is nog altijd verstoord, waardoor er vaker geen contact is geweest tussen [kind01] en de vader en [kind01] niet meer bij hem wil wonen. Ten behoeve van een contactherstel is er in het verleden verschillende hulpverlening ingezet, maar dit heeft niet geleid tot een duurzame verbetering van de situatie. Dit komt mede doordat de vader zich niet altijd bereid heeft getoond om mee te werken aan de hulpverlening. Er wordt daarom niet teruggewerkt naar huis en de vader wordt niet in staat geacht om de verzorging en opvoeding van [kind01] binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen. Het perspectief van [kind01] is duidelijk en hierover zijn alle betrokkenen het eens.
[kind01] verblijft nu bij Sterk Huis en hier kan zij doorstromen naar een vervolggroep. Sinds haar plaatsing bij Sterk Huis gaat het beter met haar. Zij ontvangt hulpverlening, ontwikkelt zich goed en heeft haar eindexamen gehaald. Desalniettemin wordt [kind01] nog altijd in haar ontwikkeling bedreigd vanwege de verstoorde relatie met haar vader en de omstandigheid dat er nu niet tot nauwelijks contact is tussen hen. Dit komt mede doordat [kind01] zestien jaar is, waardoor er belangrijke beslissingen in haar leven genomen moeten worden. Op dit moment wordt het nemen van die beslissingen bemoeilijkt, omdat de vader geen uitvoering wil geven aan zijn gezag. Dit, terwijl het onverwijld kunnen nemen van belangrijke beslissingen in het belang is van [kind01] . Hierdoor ervaart zij nu vaker onrust en stress.
Gelet op voorgenoemde is de kinderrechter van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, sub a, BW is voldaan en zal het verzoek, zoals verzocht en niet weersproken, tot beëindiging van het gezag van de vader toewijzen.
Omdat de beëindiging van het gezag van de vader ertoe zal leiden, dat een gezagsvoorziening over [kind01] komt te ontbreken, dient de kinderrechter op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over haar te benoemen. De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. In dat verband overweegt de kinderrechter het volgende. [kind01] is bijna meerderjarig waardoor een actieve samenwerking bij het nemen van beslissingen in haar belang is. Gebleken is dat de GI als onafhankelijke derde in staat is om samen met [kind01] deze beslissingen te nemen. De kinderrechter zal daarom de GI belasten met de voogdij over [kind01] .
Bovengenoemde betekent niet dat de vader niet meer de (biologische) vader is van [kind01] . Dit zal altijd zo blijven. De vader houdt het recht op informatie over de ontwikkeling van [kind01] . De kinderrechter vindt het belangrijk dat er aandacht blijft voor een contactherstel tussen de vader en [kind01] en daar moet op ingezet blijven worden.

De beslissing

De kinderrechter:
beëindigt het ouderlijk gezag van [naam01], geboren op [geboortedatum02 ] te [geboorteplaats02], over [kind01] ;
benoemt de GI tot voogd over [kind01] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V. Lankhaar als griffier en op schrift gesteld op 28 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.