Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Penitentiaire Inrichting [naam PI01] , locatie [detentielocatie01] , HvB,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van een nuttige dagbesteding, alsmede de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden;
- oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), inhoudende een contactverbod met de aangevers en de medeverdachten voor de duur van twee jaar en, indien niet aan de maatregel wordt voldaan, één week vervangende hechtenis per overtreding, met een totale duur van ten hoogste zes maanden, alsmede dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel;
- verbeurdverklaring van de in beslag genomen telefoons en teruggave van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag.
4.Waardering van het bewijs
Ten aanzien van de feiten die op 28 november 2022 in Den Haag zouden zijn gepleegd, heeft de verdediging subsidiair nog aangevoerd dat sprake is geweest van een absoluut ondeugdelijke poging en dat er geen sprake is geweest van gemeen gevaar voor goederen dan wel voor personen.
5.Strafbaarheid feiten
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig gebouw dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
2.medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
4.medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
€ 4.000,- aan immateriële schade (€ 2.000,- voor de feiten 1 en 2 en € 2.000,- voor de feiten 3 en 4) en een vergoeding van de proceskosten ter hoogte van het liquidatietarief.
€ 1.000,- aan nader te onderbouwen schade.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
10 (tien) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
3 (drie) jaar;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5:
€ 41.220,92 (zegge: eenenveertigduizend tweehonderdtwintig euro en tweeënnegentig cent), bestaande uit € 39.220,92 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer02] te betalen
€ 41.220,92(hoofdsom,
zegge: eenenveertigduizend tweehonderdtwintig euro en tweeënnegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 41.220,92 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
241 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 12.213,76 (zegge: twaalfduizend tweehonderddertien euro en zesenzeventig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van [bedrijf01] B.V. te betalen
€ 12.213,76(hoofdsom
, zegge: twaalfduizend tweehonderddertien euro en zesenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 12.213,76 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
96 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 3.000,- (zegge: drieduizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer01] te betalen
€ 3.000,-(hoofdsom, z
egge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 3.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;