Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 augustus 2023, met bijlagen;
- de mail van [eiser01] van 7 september 2023 om 15.53 uur, die een incidentele eis bevat;
- de mail van de EUR van 12 september 2023, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
Eiser, voormalig student aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), heeft diverse procedures en klachten tegen de EUR ingediend, waarop de universiteit op 12 september 2022 een campusverbod oplegde. In de hoofdzaak eist eiser onder meer opheffing van het campusverbod, toegang tot systemen en inschrijving voor een opleiding.
Voorafgaand aan de zitting verzocht eiser om een voorlopige voorziening die tijdelijke ontheffing van het campusverbod en inschrijving op basis van het wettelijk collegegeld omvatte. De kantonrechter interpreteerde dit verzoek als een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro en wees deze af. Dit vanwege onvoldoende zekerheid over de bevoegdheid van de kantonrechter en de inhoudelijke toewijsbaarheid van de hoofdvordering.
De EUR stelde dat de vorderingen van eiser mogelijk van hogere waarde zijn dan € 25.000, waardoor de kantonrechter mogelijk onbevoegd is. Ook voerde de EUR aan dat het campusverbod gerechtvaardigd is vanwege de vele procedures van eiser, de impact daarvan op medewerkers en veiligheidsredenen.
De kantonrechter oordeelde dat de belangenafweging, mede gelet op de korte resterende termijn tot de mondelinge behandeling van de hoofdzaak, geen aanleiding gaf om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de uitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot tijdelijke ontheffing van het campusverbod en inschrijving wordt afgewezen.