Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 6 juli 2023;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 25 augustus 2023.
- verzoekster en haar hiervoor genoemde gemachtigde en
- de rechter.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter mr. W.J.J. Wetzels in een civiele zaak over ontbinding van een huurovereenkomst, ontruiming, huurachterstand en schadevergoeding. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid van de rechter vanwege diens beslissing om een zitting binnen drie maanden te plannen ondanks opgegeven verhinderingen.
De rechtbank stelde vast dat de beslissing tot het bepalen van een zittingsdatum een procesbeslissing is die door de rechter wordt genomen. De rechter was pas betrokken bij de planning toen hij op vakantie was en kende de inhoud van het dossier nog niet. Verzoekster had geen onderbouwing gegeven voor haar verhinderingen in de zomerperiode, terwijl de wederpartij bezwaar maakte tegen uitstel tot oktober.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van de rechter niet kan worden opgevat als blijk van vooringenomenheid. De spoedeisendheid van een ontbindings- en ontruimingszaak rechtvaardigt een zitting binnen drie maanden. Er was geen enkel bewijs dat de rechter vooringenomen was of de inhoud van de zaak voorbarig had beoordeeld.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam op 21 september 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.