In deze civiele zaak vordert eiser een bedrag van € 8.188,45 wegens een blaasje op een Keralit gevelbekleding die door gedaagde is aangebracht. De werkzaamheden vonden plaats in mei 2022. Eiser stelt dat het blaasje een bouwtechnisch gebrek betreft en dat herstel noodzakelijk is, terwijl gedaagde betoogt dat het een esthetisch gebrek is en herstelkosten niet in verhouding staan tot het belang van eiser.
De kantonrechter stelt vast dat het blaasje klein is, niet op ooghoogte zichtbaar en dat het vervangen van de plank alleen mogelijk is door alle planken te demonteren en opnieuw te plaatsen, wat hoge kosten met zich meebrengt. Het deskundigenrapport ondersteunt niet het bestaan van een bouwtechnisch gebrek.
Verder is gebleken dat partijen zijn afgeweken van de oorspronkelijke overeenkomst door de bestaande gevelbekleding te laten zitten, wat door eiser niet tijdig is betwist. Er is geen bewijs dat gedaagde een waarschuwingsplicht heeft geschonden. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen, maar buitengerechtelijke incassokosten worden deels toegewezen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde hoofdelijk tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding en € 150,- incassokosten, met rente, en compenseert de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.