ECLI:NL:RBROT:2023:8850

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 augustus 2023
Publicatiedatum
21 september 2023
Zaaknummer
C/10/664087 / JE RK 23-1988
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing bij vader ondanks ondertoezichtstelling

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader met gezag voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige was reeds onder toezicht gesteld en verbleef op grond van een eerdere rechterlijke beschikking bij de vader.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de GI aan dat er sprake was van structurele onveiligheid bij de moeder, ondanks eerdere vrijwillige uithuisplaatsing en veiligheidsafspraken. De moeder betwistte de zorgen en gaf aan dat zij hulp heeft gezocht en binnenkort weer voor de zorg kan zorgen.

De vader stemde in met het verzoek van de GI en bevestigde dat de minderjarige niet veilig was bij de moeder en dat hij in staat is voor de zorg te zorgen. De kinderrechter overwoog dat de machtiging niet nodig is omdat de minderjarige al bij de vader verblijft op grond van een eerdere beschikking. Het verzoek werd daarom afgewezen.

De beschikking is mondeling gegeven op 31 augustus 2023 en schriftelijk vastgesteld op 15 september 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader wordt afgewezen omdat de minderjarige reeds op grond van een eerdere beschikking bij de vader verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaaknummer: C/10/664087 / JE RK 23-1988
datum uitspraak: 31 augustus 2023
beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige01],
geboren op [geboortedatum01] 2023 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
[vader01],
hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
  • de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 18 augustus 2023 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het nagekomen gezinsplan van de GI van 26 juni 2023, binnengekomen bij de griffie op 28 augustus 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 september 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, mw. [naam01] en mw. [naam02] .

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] .
2.2.
[voornaam minderjarige01] woont bij haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 augustus 2023 [voornaam minderjarige01] onder toezicht gesteld tot 15 augustus 2024.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 augustus 2023 een machtiging verleend [voornaam minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag voor de duur van vier weken. Het overig verzochte is aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige01] bij de vader met gezag verzocht voor de duur van vier weken. Dit is reeds in zijn geheel verleend. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige01] bij de vader met gezag voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Gezien wordt een moeder die veel van haar kind houdt, maar de zorgen in het verzoekschrift zijn helder. [voornaam minderjarige01] is eerder in het vrijwillige kader uit huis geplaatst en is toen teruggeplaatst bij de moeder met veiligheidsafspraken en voorwaarden. Moeder heeft toen een nieuwe kans gekregen en alles op orde gebracht. Naar aanleiding van onverwachte huisbezoeken bleek de situatie niet goed genoeg. Er is sprake van structurele onveiligheid. De GI staat daarom nog altijd achter het verzoek. Verzocht wordt om [voornaam minderjarige01] voorlopig bij de vader te laten wonen waarbij de GI een omgangsregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige01] wil opzetten.
4.2.
De moeder voert het volgende ter zitting aan. De dierenpolitie was betrokken omdat de honden heel mager waren en er veel vlooien waren. De moeder is toen constant bezig geweest met het weghalen van de vlooien. Toen de GI langskwam heeft de moeder aan hen gevraagd dat wanneer zij een vlo zagen dit te zeggen zodat zij weer aan de slag kan. De GI zag toen geen vlooien. De volgende dag kwam de GI toch [voornaam minderjarige01] ophalen omdat er vlooien zouden zijn. De moeder was al weken aan het inpakken omdat ze van plan was weg te gaan. De zorgen in het verzoekschrift zijn niet terecht. De moeder heeft altijd hulp gevraagd maar deze nooit gekregen. De moeder heeft een nieuwe woning, waardoor zij straks weer de zorg over [voornaam minderjarige01] op zich kan nemen. De moeder is bezig met het vragen van een uitkering en hulpverlening, maar heeft het gevoel dat ze van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Ze heeft het gevoel dat ze overal in de steek wordt gelaten.
4.3.
Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Ten aanzien van het verzoek wordt verwezen naar het vonnis van deze rechtbank d.d. 29 augustus 2023 (
C/10/662789 /KG ZA 23-685). Daarin is bepaald dat de moeder de woning zal moeten verlaten en dat [voornaam minderjarige01] aan de vader wordt toevertrouwd. Dat de minderjarige niet veilig was is in de stukken naar voren gebracht. De vader is in staat de verzorging op zich te nemen. Hij kan zich daarom vinden in het verzoek van de GI. Ondanks de toevertrouwing heeft het de voorkeur dat ook het verzoek van de GI tot uithuisplaatsing wordt toegewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. [voornaam minderjarige01] is voorlopig aan de vader toevertrouwd bij vonnis van 29 augustus 2023 van de rechtbank Rotterdam (
C/10/662789 /KG ZA 23-685). Op basis van die rechterlijke beslissing verblijft [voornaam minderjarige01] bij de gezaghebbende vader zo lang de procedure ten aanzien van het hoofdverblijf voortduurt. De GI heeft dan ook geen machtiging van de kinderrechter nodig om [voornaam minderjarige01] bij haar vader te laten verblijven, noch is die machtiging noodzakelijk om duidelijkheid te verschaffen over bij welke gezaghebbende ouder [voornaam minderjarige01] verblijft. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af, voor zover daarop niet eerder is beslist.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2023 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van A.J.E. van der Veer als griffier, en op schrift gesteld op 15 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.