De zaak betreft een geschil tussen Stichting Hef Wonen en [gedaagde01], huurder van een woning in Rotterdam. Hef stelt dat [gedaagde01] de woning niet als hoofdverblijf gebruikt, deze onderverhuurt en een huurachterstand van €4.493,17 heeft opgebouwd. Hef vordert betaling van de achterstallige huur, afdracht van winst uit onderverhuur, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
Uit onderzoek, waaronder huisbezoeken door de gemeente en Hef, blijkt dat de woning bewoond wordt door derden, waaronder vrachtwagenchauffeurs uit Portugal, en niet door [gedaagde01] zelf. [gedaagde01] erkent wel te hebben geadverteerd op Facebook, maar spreekt van woningruil zonder bewijs. Hij levert geen stukken aan die zijn hoofdverblijf in de woning onderbouwen. De kantonrechter acht de stellingen van Hef daarom aannemelijk.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens tekortkoming, waarbij een ontruimingstermijn van veertien dagen wordt vastgesteld. [gedaagde01] wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, een schadevergoeding van €4.235,24 wegens winst uit onderverhuur, en maandelijkse huur vanaf oktober 2023 tot ontruiming. Proceskosten worden aan [gedaagde01] opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.