Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 mei 2023, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft een garagebox verhuurd aan een huurder onder bewind. De huur werd maandelijks van de rekening van de huurder afgeschreven totdat deze bankrekening werd beëindigd. Een vriend van de huurder heeft vervolgens de huur voor meerdere maanden voorgeschoten en betaald aan eiser.
Eiser vordert betaling van de huur van oktober 2020 en februari tot en met november 2022 van de bewindvoerder, met rente en kosten. De bewindvoerder betwist de vordering omdat de huur volgens haar reeds is voldaan door de derde betaler en dat het niet relevant is wie de betaling heeft gedaan.
De kantonrechter oordeelt dat de bewindvoerder bevrijd is van haar betalingsverplichting omdat de huur door een ander is voldaan, conform artikel 6:30 BW Pro. De betaling door de derde was niet onverschuldigd en het feit dat eiser de bedragen later aan die derde heeft terugbetaald, kan hij niet tegen de bewindvoerder inbrengen. De vordering wordt daarom afgewezen, evenals de rente en incassokosten. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huur door de bewindvoerder wordt afgewezen omdat een derde de huur reeds heeft voldaan.