In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat Stichting Hef Wonen wordt verboden het vonnis van 17 mei 2013 tot ontruiming van zijn woning uit te voeren. Dit vonnis ontbond destijds de huurovereenkomst en veroordeelde eiser tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.
Eiser stelt dat na het vonnis van 2013 stilzwijgend een nieuwe huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, omdat hij de woning met goedvinden van Hef Wonen heeft blijven gebruiken. Subsidiair voert hij aan dat het tenuitvoerleggen van het vonnis na tien jaar misbruik van recht is.
Hef Wonen betwist het bestaan van een nieuwe huurovereenkomst en beroept zich op haar recht tot tenuitvoerlegging van het vonnis. De kantonrechter overweegt dat het voortgezet gebruik van de woning met stilzwijgend goedvinden van de verhuurder leidt tot een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij anders blijkt.
Gezien het langdurige gedogen van het gebruik, het ontbreken van een uitdrukkelijk voorbehoud van tenuitvoerlegging door Hef Wonen en het feit dat eiser de huurachterstand uit het vonnis heeft voldaan, oordeelt de kantonrechter dat het vonnis niet meer kan worden uitgevoerd.
Het gevorderde verbod op ontruiming wordt toegewezen, proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.