ECLI:NL:RBROT:2023:8937

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 september 2023
Publicatiedatum
26 september 2023
Zaaknummer
10.254813.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 246 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijke aanranding van eerbaarheid in supermarkt

Op 23 juni 2022 heeft de verdachte in een supermarkt te Rotterdam het slachtoffer, een vrouw die boodschappen deed met haar vriend, van achteren onverhoeds benaderd en ontuchtige handelingen verricht. De verdachte wreef over de met kleding bedekte billen van het slachtoffer en bracht zijn vingers richting haar met kleding bedekte vagina.

De rechtbank baseerde haar oordeel op de heldere en consistente verklaring van het slachtoffer, die steun vond in de gedeeltelijke bekentenis van de verdachte en zijn reactie op de vriend van het slachtoffer. De verdediging betoogde dat alleen het aanraken van de billen bewezen was en dat dit geen ontuchtig karakter had, maar de rechtbank achtte ook het betasten van de vagina bewezen.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, mede vanwege de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en zijn eerdere veroordelingen. De rechtbank verwierp het verzoek van de verdediging om volstaan te worden met een taakstraf, omdat de verdachte geen blijk gaf van inzicht in de ernst van zijn gedragingen.

De tenlastelegging werd gedeeltelijk bewezen verklaard; overige tenlastegelegde feiten werden niet bewezen geacht. De straf is opgelegd conform de eis van de officier van justitie en houdt rekening met vergelijkbare zaken en het toepasselijke wettelijke kader.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens feitelijke aanranding van eerbaarheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10.254813.22
Datum uitspraak: 7 september 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1990,
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
raadsvrouw mr. J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 augustus 2023.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Loppé heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde (aanranding);
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
Door de verdediging is vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde aanranding. Er is alleen bewijs voor het aanraken van de billen van de aangeefster en dat heeft geen ontuchtig karakter. De verdachte ontkent dat hij ook met zijn vinger naar de vagina van aangeefster is gegaan en daarvoor ontbreekt dus sluitend bewijs, aldus de raadsvrouw.
Beoordeling
Daargelaten of het aanraken van de billen – wat de verdachte heeft bekend - in dit geval al niet aanranding oplevert, vindt de rechtbank, anders dan de verdediging, ook bewezen dat de verdachte met zijn vinger naar de vagina van aangeefster is gegaan. Dat baseert zij op de heldere en consistente verklaring van aangeefster, die grotendeels steun vindt in de verklaring van de verdachte. De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij de aangeefster een mooi meisje vond en haar daarom aan wilde raken. Aan de vriend van de aangeefster, die hem op zijn gedrag aanspreekt, deelt hij mee “I’m sorry I could not control myself”. Onder die omstandigheden vindt de rechtbank de verklaring van de aangeefster over de vinger die zij richting haar vagina voelde gaan, voldoende om ook die handeling bewezen te achten.
De ten laste gelegde aanranding is wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 23 juni 2022 te Rotterdam, door een feitelijkheid [slachtoffer01] , heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, namelijk het wrijven over de met
kleding bedekte billen van die [slachtoffer01] en/vervolgens met zijn, verdachtes, vingers bewegen in de richting van de met kleding bedekte vagina van die [slachtoffer01] , en de feitelijkheid heeft bestaan uit het onverhoeds van achteren benaderen van die [slachtoffer01] . .
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

Het bewezen feit levert op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is strafbaar.

7.Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte de aangeefster heeft gedwongen om handelingen met seksuele betekenis te ondergaan in een supermarkt. De aangeefster was daar nietsvermoedend boodschappen aan het doen met haar vriend. De verdachte heeft de aangeefster van achter genaderd en heeft op dat moment onverhoeds aan haar billen gezeten en haar vervolgens ook bij haar vagina betast. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn impulsen. Hiermee heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster.
De rechtbank heeft met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte acht geslagen op zijn uittreksel uit het justitiële documentatieregister gedateerd 8 augustus 2023 waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor voornamelijk winkeldiefstallen, deels nadat hij het thans bewezen verklaarde feit heeft gepleegd.
De verdediging heeft verzocht te volstaan met een taakstraf. Dat zou echter onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit, te meer nu de verdachte op de zitting er geen blijk van heeft gegeven het kwalijke van zijn gedragingen in te zien. De rechtbank zal dus een gevangenisstraf op leggen. Bij de bepaling van de duur daarvan, heeft de rechtbank ook acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft verder toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Alles overziend acht de rechtbank een straf zoals de officier van justitie heeft gevorderd passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikelen 63 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van twee (2) weken.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. Stolk, voorzitter,
en mrs. A.M.G. van de Kragt en J.H.J. Verbaan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 7 september 2023.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

11.Bijlage I Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 23 juni 2022 te Rotterdam, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer01] , heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het grijpen/vastpakken/wrijven in/van/over de (met
kleding bedekte) bil(len) van die [slachtoffer01] en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, vinger(s) wrijven/bewegen in de richting van de (met kleding bedekte) vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer01] , het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (onverhoeds) (van achteren) benaderen van die [slachtoffer01] en (vervolgens)
plaatsen/bewegen van zijn, verdachtes, hand/vinger(s) op/tussen/over de bil(len) en/of op/bij/over de schaamstreek van die [slachtoffer01] .