Op 23 juni 2022 heeft de verdachte in een supermarkt te Rotterdam het slachtoffer, een vrouw die boodschappen deed met haar vriend, van achteren onverhoeds benaderd en ontuchtige handelingen verricht. De verdachte wreef over de met kleding bedekte billen van het slachtoffer en bracht zijn vingers richting haar met kleding bedekte vagina.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de heldere en consistente verklaring van het slachtoffer, die steun vond in de gedeeltelijke bekentenis van de verdachte en zijn reactie op de vriend van het slachtoffer. De verdediging betoogde dat alleen het aanraken van de billen bewezen was en dat dit geen ontuchtig karakter had, maar de rechtbank achtte ook het betasten van de vagina bewezen.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, mede vanwege de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en zijn eerdere veroordelingen. De rechtbank verwierp het verzoek van de verdediging om volstaan te worden met een taakstraf, omdat de verdachte geen blijk gaf van inzicht in de ernst van zijn gedragingen.
De tenlastelegging werd gedeeltelijk bewezen verklaard; overige tenlastegelegde feiten werden niet bewezen geacht. De straf is opgelegd conform de eis van de officier van justitie en houdt rekening met vergelijkbare zaken en het toepasselijke wettelijke kader.