ECLI:NL:RBROT:2023:8978
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar studiefinanciering
Opposant stelde verzet in tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin zijn beroep tegen een beslissing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ongegrond werd verklaard wegens te laat ingediend bezwaar. Opposant voerde aan dat het overlijden van zijn vriend en een benarde privésituatie met zijn ouders hem verhinderden tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank heeft beoordeeld of de eerdere uitspraak terecht zonder zitting is gedaan en of er twijfel bestaat over de juistheid daarvan. De wettelijke termijn van zes weken voor bezwaar is van openbare orde en wordt strikt nageleefd. Opposant maakte bezwaar ruim na deze termijn, namelijk drie tot tweeënhalve maand te laat.
De omstandigheden van opposant, hoewel moeilijk, vormen geen geldige reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro. De verantwoordelijkheid voor tijdigheid ligt bij de burger en persoonlijke omstandigheden komen voor zijn risico. Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de eerdere uitspraak in stand.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding.