Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers dienden een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om ING te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die door verzoekers was aangeboden. De regeling voorzag in een gedeeltelijke betaling aan schuldeisers, waarbij ING met een vordering van 94,4% van de totale schuld de enige schuldeiser was die niet instemde.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers een saneringsgezinde houding aannamen, met een fulltime baan en sollicitaties voor een tweede baan, en dat het voorstel was getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam. De regeling bood een gunstiger resultaat voor schuldeisers dan een wettelijke schuldsaneringsregeling zou opleveren, mede door lagere kosten en langere looptijd.
ING voerde aan dat het aanbod te laag was en dat de wettelijke regeling beter toezicht biedt. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van verzoekers en de overige schuldeisers zwaarder woog dan dat van ING. Daarom werd ING bevolen in te stemmen met de regeling en werd het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.
De rechtbank veroordeelde ING in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis verving de vrijwillige instemming van schuldeisers, waardoor verzoekers hun betalingen kunnen voortzetten zonder dat zij in gebreke zijn.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en ING wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.