Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zeventien schuldeisers, waarbij een preferente en zestien concurrente schuldeisers betrokken zijn met een totale vordering van €58.156,48. De regeling voorziet in een betaling van 3,81% aan preferente en 1,905% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die een Pw-uitkering ontvangt en wegens lichamelijke klachten niet kan werken.
Zestien schuldeisers stemden in met de regeling, maar één schuldeiser, het Invorderingsbedrijf, weigerde mee te werken. De rechtbank oordeelt dat de weigering niet redelijk is, gezien het geringe aandeel van deze schuldeiser (0,4%) en de ruime instemming van de overige schuldeisers (99,6%). De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en beter dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die bovendien korter duurt en hogere kosten met zich meebrengt.
De rechtbank beveelt het Invorderingsbedrijf om in te stemmen met de regeling, veroordeelt deze partij in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.