Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zeventien schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 100% en concurrente schuldeisers 55,63% van hun vordering ontvangen. Zestien schuldeisers stemden in, één schuldeiser, mevrouw [naam01], stemde niet in met haar vordering van 11,47% van de totale schuld.
De rechtbank constateert dat de aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die fulltime werkt en onder beschermingsbewind staat. De regeling is gunstiger dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die sinds 1 juli 2023 een termijn van achttien maanden kent en hogere kosten met zich meebrengt.
Mevrouw [naam01] bracht geen inhoudelijke bezwaren naar voren en was niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank oordeelt dat haar belang bij weigering niet opweegt tegen de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers. Daarom beveelt de rechtbank haar tot instemming met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
De kosten van de procedure worden begroot op nihil en mevrouw [naam01] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.