Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [verzoekster], verzoekster;
- de heer mr. M.P.J. van der Linden, curator.
2.De beoordeling
3.De beslissing
wonende te [adres], [woonplaats];
mr. M. Aukema;
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot opheffing van haar faillissement met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank oordeelde dat verzoekster ontvankelijk is omdat het niet indienen van een eerder verzoek tot schuldsanering niet aan haar is toe te rekenen.
De rechtbank beoordeelde de goede trouw van verzoekster ten aanzien van haar schulden, met name de hoge schulden aan de Belastingdienst en het UWV wegens niet verantwoordde NOW-subsidie. Hoewel er sprake was van verwijtbare omstandigheden door ontbrekende administratie, werd de toepassing van de hardheidsclausule toegestaan omdat verzoekster de situatie onder controle heeft gekregen.
Verzoekster gaf aan dat de administratie was weggegooid door de doorstartende partij en dat persoonlijke omstandigheden haar belemmerden. Zij had betalingsregelingen geprobeerd en hulp gezocht bij schuldhulpverlening. De rechtbank achtte de schuldenlast niet buitensporig en concludeerde dat er een wending ten goede was.
De rechtbank stelde het salaris van de curator vast en sprak de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit voor een termijn van achttien maanden, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Er werd een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend en bevoegdheden tot het openen van post aan schuldenares gegeven.
Uitkomst: Verzoek tot omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule wordt toegewezen voor achttien maanden.