De rechtbank Rotterdam heeft op 7 september 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een slachterij beroep instelde tegen twee boetes van elk €2.500,- opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren.
De boetes zijn gebaseerd op rapporten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit waarin bij inspecties op 27 juli en 12 augustus 2021 fecale bezoedeling werd geconstateerd op kalverkarkassen, welke niet onmiddellijk werden verwijderd. De slachterij stelde onder meer dat de hoorplicht was geschonden, de cautie niet was gegeven, en dat de boetes onterecht waren.
De rechtbank oordeelt dat de toezichthouder de cautie correct heeft toegepast, dat de zienswijzen van eiseres zijn betrokken bij de besluitvorming, en dat geen hoorplicht is geschonden. Ook is geen sprake van dwangsommen of overschrijding van de redelijke termijn. De overtredingen zijn terecht vastgesteld en de boetes zijn passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard.