ECLI:NL:RBROT:2023:9217
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens beëindiging volmacht na overlijden belanghebbende
De rechtbank Rotterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin de waarde van een onroerende zaak voor het belastingjaar 2022 was vastgesteld. De belanghebbende, [persoon A], was eigenaar van het pand en had een gemachtigde, Bakker, gemachtigd om bezwaar en beroep in te stellen tegen de WOZ-beschikking.
Na het overlijden van [persoon A] in mei 2022 heeft Bakker namens de erven beroep ingesteld zonder een machtiging van de erfgenamen of een verklaring van erfrecht te overleggen. De rechtbank stelde vast dat door het overlijden de volmacht van Bakker was geëindigd en dat hij geen nieuwe machtiging had verkregen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is, omdat de rechtshandeling van het instellen van het beroep niet meer namens de overledene kon worden verricht en het ontbreken van een machtiging van de erfgenamen niet was hersteld. Een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden kon daardoor niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging na het overlijden van de belanghebbende.