ECLI:NL:RBROT:2023:9218
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde twee-onder-een-kapwoning in Dordrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak is in geschil of de WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning te Dordrecht, vastgesteld op €430.000, te hoog is vastgesteld. Eiser betwist de hoogte van de waarde en stelt dat deze €384.000 zou moeten bedragen. Verweerder heeft een waardematrix overgelegd waarin de waarde is getaxeerd op basis van vergelijkbare woningen in dezelfde wijk, rekening houdend met inhoud, oppervlakte, onderhoudstoestand en voorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsobjecten zijn goed vergelijkbaar en de correcties op de verkoopprijzen zijn adequaat toegepast. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals de staat van onderhoud van vergelijkingsobjecten, de aanwezigheid van een kantoorruimte in een vergelijkingsobject en de waardering van tuingrond, worden door de rechtbank verworpen.
Voorts is van belang dat de prijs die de gemeente vraagt voor snippergrond niet relevant is voor de waardebepaling van de gehele onroerende zaak op de vrije markt. De rechtbank volgt verweerder in de methode van waardering en verwerpt het beroep van eiser wegens gebrek aan voldoende onderbouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €430.000.