ECLI:NL:RBROT:2023:9268
Rechtbank Rotterdam
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeelde voor digitaal gepleegd misdrijf afgewezen
De veroordeelde is bij vonnis van 20 oktober 2022 veroordeeld voor het verspreiden van een geschrift waarin tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid. Naar aanleiding daarvan is op 9 november 2022 een bevel tot afname van celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek afgegeven, waarna op 20 december 2022 het celmateriaal is afgenomen.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen de DNA-afname en -verwerking, stellende dat het misdrijf digitaal was gepleegd en DNA-onderzoek geen rol kan spelen bij de opsporing, mede vanwege haar gevorderde leeftijd en het geringe recidivegevaar. De officier van justitie verzocht het bezwaar ongegrond te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat de Wet DNA primair gericht is op het opsporen van gepleegde en toekomstige strafbare feiten en dat het digitale karakter van het misdrijf geen uitsluiting vormt. Ook achtte de rechtbank de leeftijd van de veroordeelde niet doorslaggevend voor het recidiverisico. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde zij de rechtmatigheid van het bevel tot DNA-afname en verwerking.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.