Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugdbescherming west,
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een beschikking van de kinderrechter over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige geboren in 2018. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft doordeweeks bij de vader en in het weekend bij de moeder. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west verzocht op grond van artikel 1:265g BW een zorgregeling vast te stellen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2023 bereikten de ouders in onderling overleg overeenstemming over de zorgregeling. Zij willen geleidelijk toewerken naar een regeling waarbij de minderjarige om de week bij de moeder en om de week bij de vader verblijft, met een wisseldag op maandag waarbij de ene ouder het kind naar school brengt en de andere het ophaalt. Ook afspraken over vakanties, feestdagen en verjaardagen worden in onderling overleg gemaakt.
De kinderrechter acht deze regeling in het belang van het kind en legt deze vast, met de mogelijkheid voor de ouders om flexibel van de regeling af te wijken zolang het belang van het kind voorop staat. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: De zorgregeling wordt vastgesteld met verblijf doordeweeks bij vader en in het weekend bij moeder, met geleidelijke opbouw naar week-om-week verblijf.