ECLI:NL:RBROT:2023:9299

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
6 oktober 2023
Zaaknummer
C/10/656294 / JE RK 23-883
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken na overeenstemming ouders over zorgregeling

De zaak betreft een beschikking van de kinderrechter over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige geboren in 2018. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft doordeweeks bij de vader en in het weekend bij de moeder. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west verzocht op grond van artikel 1:265g BW een zorgregeling vast te stellen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2023 bereikten de ouders in onderling overleg overeenstemming over de zorgregeling. Zij willen geleidelijk toewerken naar een regeling waarbij de minderjarige om de week bij de moeder en om de week bij de vader verblijft, met een wisseldag op maandag waarbij de ene ouder het kind naar school brengt en de andere het ophaalt. Ook afspraken over vakanties, feestdagen en verjaardagen worden in onderling overleg gemaakt.

De kinderrechter acht deze regeling in het belang van het kind en legt deze vast, met de mogelijkheid voor de ouders om flexibel van de regeling af te wijken zolang het belang van het kind voorop staat. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De zorgregeling wordt vastgesteld met verblijf doordeweeks bij vader en in het weekend bij moeder, met geleidelijke opbouw naar week-om-week verblijf.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/656294 / JE RK 23-883
Datum uitspraak: 5 september 2023
Beschikking van de kinderrechter over verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige01],
geboren op [geboortedatum01] 2018 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder01],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[vader01],
hierna te noemen de vader, niet ingeschreven op een adres in de Basisregistratie Personen (BRP), verblijvende te [woonplaats01] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 30 mei 2023 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
Op 5 september 2023 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, mw. [naam01] .

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] .
2.2.
[voornaam minderjarige01] is doordeweeks bij zijn vader en in het weekend bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 13 september 2022 heeft de kinderrechter [voornaam minderjarige01] onder toezicht van de GI gesteld tot 13 september 2023.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt op basis van artikel 1:265g Burgerlijk Wetboek een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat:
“ [voornaam minderjarige01] zal verblijven bij zijn moeder. In de oneven weekenden uit school tot maandag wanneer [voornaam minderjarige01] weer naar school gaat, verblijft [voornaam minderjarige01] bij zijn vader. Indien het vakantie is. zal de tijd gelden van 12:00 uur ophalen op vrijdag en terugbrengen op maandag om 12:00 uur. De vakanties en feestdagen kunnen de ouders evenredig verdelen. Jeugdbescherming west gaat ervan uit dat dit de ouders zelfstandig lukt. Indien dit niet lukt, zal ook voor de feestdagen en de vakanties een omgangsregeling vastgelegd dienen te worden.”
3.2
De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 mei 2023 de behandeling van het verzoek aangehouden om de ouders in de gelegenheid te stellen in onderling overleg -zonder bemoeienis van de GI - een zorgregeling voor [voornaam minderjarige01] op te stellen. Daarbij is aan de ouders ook verzocht afspraken te maken over de verdeling van de vakanties. Tevens dienden de ouders de inschrijving van [voornaam minderjarige01] in de BRP, de zorgverzekering en de tandarts- en doktersbezoeken van [voornaam minderjarige01] te regelen.

4.De standpunten

4.1.
Op de vraag welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken moet worden vastgesteld, geeft de GI aan dat het afhankelijk is van de ouders, of het hen is gelukt om een zorgregeling met elkaar af te spreken waar ze beiden achter kunnen staan.
4.2.
De vader geeft aan dat [voornaam minderjarige01] doordeweeks bij hem verblijft en in het weekend naar zijn moeder gaat. De ouders regelen dit in onderling overleg. [voornaam minderjarige01] gaat nu ook elke vrijdag naar logopedie. De logopedist komt naar de school van [voornaam minderjarige01] .
4.3.
Volgens de moeder is [voornaam minderjarige01] inmiddels op haar adres ingeschreven in de BRP. Zij is bezig om een tandarts voor [voornaam minderjarige01] te regelen. Het is de moeder gelukt om een zorgverzekering voor [voornaam minderjarige01] te regelen. Hij is op haar polis bijgeschreven.
4.4.
De ouders hebben samen tijdens een korte onderbreking van de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de invulling van de zorgregeling voor [voornaam minderjarige01] .
4.5.
De ouders staan achter de huidige regeling dat [voornaam minderjarige01] doordeweeks bij de vader is en in het weekend bij de moeder. De ouders willen toewerken naar een regeling waarbij [voornaam minderjarige01] om de week bij zijn moeder en om de week bij zijn vader verblijft. Het wisselmoment kan op de maandag plaatsvinden, waarbij de ene ouder hem naar school brengt en de andere ouder hem van school ophaalt. De moeder vindt het in het belang van [voornaam minderjarige01] dat deze zorgregeling geleidelijk voor hem wordt opgebouwd. Zij zal samen met de vader bekijken of deze regeling haalbaar is voor [voornaam minderjarige01] en fijn voor hem is. De ouders zijn in staat samen over de vakanties van [voornaam minderjarige01] en over de feestdagen en verjaardagen afspraken te maken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige01] noodzakelijk dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld.
5.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is tussen de ouders overeenstemming bereikt over de zorgregeling en de opbouw daarvan. De kinderrechter staat achter deze regeling en zal de afspraken van de ouders vastleggen in deze beschikking.
5.3.
Zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling geldt deze regeling, maar kunnen partijen daarvan om flexibiliteit te behouden in onderling overleg afwijken, zoals nu ook gebeurt. Op dit moment verblijft [voornaam minderjarige01] doordeweeks bij de vader en in het weekend bij de moeder. De ouders zullen geleidelijk proberen toe te werken naar een zorgregeling, waarbij [voornaam minderjarige01] om de week bij de moeder en om de week bij de vader verblijft. Op de maandag vindt dan een wisselmoment plaats waarbij [voornaam minderjarige01] door de ene ouder naar school wordt gebracht en door de andere ouder van school wordt opgehaald. De ouders zullen tevens in onderling overleg invulling geven aan de vakanties, feestdagen en verjaardagen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders vast:
- [voornaam minderjarige01] is doordeweeks bij zijn vader en in het weekend bij zijn moeder;
de ouders werken aan de hand van een geleidelijke opbouw - zolang dat haalbaar is voor [voornaam minderjarige01] en fijn voor hem is - toe naar een regeling dat [voornaam minderjarige01] om en om een week bij de moeder en een week bij de vader verblijft, waarbij de wisseldag op maandag is (de ene ouder brengt [voornaam minderjarige01] naar school en de andere ouder haalt hem uit school);
- de ouders geven in onderling overleg invulling aan vakanties, feestdagen en verjaardagen;
- de ouders kunnen in onderling overleg van deze regeling afwijken, waarbij ze het belang van [voornaam minderjarige01] voorop stellen;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2023 door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier, en op schrift gesteld op 20 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.