Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
De standpunten
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarig kind, geboren in 2017, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar het kind verblijft bij de vader. De moeder kampt met een bipolaire stoornis met psychotische kenmerken, wat heeft geleid tot een gesloten opname en overbelasting.
Tijdens de mondelinge behandeling op 12 september 2023, waarbij beide ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming aanwezig waren, werd bevestigd dat de ouders onvoldoende in staat zijn om effectief te communiceren en gezamenlijk afspraken te maken die in het belang van het kind zijn. De Raad en de gecertificeerde instelling benadrukten de noodzaak van een onafhankelijke derde om de communicatie te verbeteren en de hulpverlening te coördineren.
De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling, zoals bedoeld in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek, aanwezig zijn. De beschikking werd daarom voor de duur van zes maanden verleend, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De ondertoezichtstelling is bedoeld om de bedreiging in de ontwikkeling van het kind weg te nemen en de ouders te ondersteunen bij het accepteren van noodzakelijke hulpverlening.
Uitkomst: Het kind wordt voor zes maanden onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming vanwege bedreiging van zijn ontwikkeling.