Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw R. Segers, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer R.M. den Hamer, werkzaam bij Van den Bosse Bewindvoeringen (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een gedeeltelijke betaling aan schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die een Participatiewet-uitkering ontvangt.
De schuldeiser weigerde mee te werken, ondanks behoorlijke oproeping, en was niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank constateerde dat éénentwintig van de tweeëntwintig schuldeisers instemden met het akkoord en dat het voorstel deskundig was getoetst en goed gedocumenteerd.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar, mede omdat het akkoord het maximaal haalbare is en een gunstiger resultaat biedt dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen, het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en de schuldeiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met schuldregeling.