Verzoeker, een zelfstandige die door ziekte betalingsproblemen kreeg, vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 7 juli 2023. Verzoeker heeft een netto-inkomen van circa € 2.000 per maand, waarmee hij de lopende huur kan voldoen. Verweerster wenst zekerheid over huurbetalingen, maar erkent geen aanwijzingen voor kwade trouw.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging tussen verzoeker en verweerster leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
De voorziening verlengt de huurovereenkomst en biedt verzoeker de mogelijkheid het minnelijk schuldhulpverleningstraject voort te zetten. De rechtbank bepaalt dat het schuldhulpverleningsbureau uiterlijk twee weken voor het einde van de voorziening verslag moet uitbrengen. De uitspraak is gedaan op 20 september 2023 door rechter C. de Jong.