In deze kortgedingprocedure vordert eiseres nakoming van een overeenkomst met betrekking tot het gebruik van een restauranttram, het tramnet en levering van diensten. RET, de gedaagden, had de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd en stelt dat geen huurovereenkomst maar bruikleensovereenkomst geldt, waardoor huurbescherming ontbreekt.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst een gemengde overeenkomst is met overheersend bruikleenkarakter. Hierdoor is de opzegging rechtsgeldig en is geen sprake van huurbescherming. De stalling van de tram en onderhoudsdiensten zijn slechts ondergeschikte elementen.
De vordering tot (door)onderhandelen over een nieuwe overeenkomst wordt eveneens afgewezen, omdat de overeenkomst opzegbaar is zonder verplichting tot onderhandelen. De belangenafweging weegt zwaarder in het voordeel van RET, die niet langer wil investeren in de exploitatie vanwege financiële en operationele omstandigheden.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en uitgesproken op 4 oktober 2023.