ECLI:NL:RBROT:2023:9449

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 september 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
FT EA 20-1005
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet art. 354
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering schone lei wegens aanzienlijke boedelachterstand en tekortschieten schuldenaar

De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 september 2023 de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, waarbij een aanzienlijke boedelachterstand van €25.918,39 was vastgesteld. De bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder gaven aan dat het maandelijks af te dragen bedrag maximaal €769 bedraagt, wat onvoldoende is om de achterstand weg te werken. Schuldenaar kon ook niet aantonen dat hij maandelijks een extra bedrag van circa €1.100 kon voldoen.

De rechtbank overwoog dat de schuldsaneringsregeling een schuldenaar de mogelijkheid biedt na drie jaar een schone lei te verkrijgen, mits aan diverse verplichtingen wordt voldaan. Schuldenaar is echter toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn afdrachtverplichting, mede gelet op eerdere verhoren en gesprekken waarin hij op de verplichtingen werd gewezen.

Hoewel schuldenaar beschermingsbewind had aangevraagd, heeft dit niet geleid tot het inlopen van de boedelachterstand. De rechtbank concludeerde dat schuldenaar geen saneringsgezinde houding heeft getoond en dat verlenging van de regeling niet zinvol is. Daarom wordt de schone lei geweigerd en eindigt de regeling op het moment van verbindend worden van de slotuitdelingslijst, met verplichtingen die eindigen op 30 september 2023.

Uitkomst: De rechtbank weigert de schone lei wegens een aanzienlijke boedelachterstand en het ontbreken van een haalbare oplossing om deze in te lopen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
weigering schone lei
insolventienummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 21 september 2023
Bij vonnis van deze rechtbank van 30 september 2020 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar01],
[adres01]
[postcode01] [plaats01] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: M. Zomerdijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft op 21 juni 2023 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Op 5 september 2023 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.
De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 14 september. Ter zitting zijn verschenen:
  • schuldenaar;
  • de heer F. Azoubai , werkzaam bij Stabilum (hierna: beschermingsbewind);
  • mevrouw J.M. Hoogland, waarnemend bewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

De bewindvoerder heeft op 5 september 2023 de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken. Uit de laatste stand van zaken blijkt dat de boedelachterstand € 25.918,39 bedraagt. Er zijn door de schuldenaar geen oplossingen aangedragen om de achterstand op te lossen. Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat de achterstand per 14 september 2023 € 25.149,22 bedraagt. De beschermingsbewindvoerder voldoet maandelijks € 769,-- op de boedelrekening. Blijkbaar is dit het maximaal haalbare. Zij heeft er geen vertrouwen in dat de boedelachterstand door middel van een verlenging kan worden opgelost. Schuldenaar zou dan naast de reguliere afdracht maandelijks een bedrag van circa € 1.100,-- extra aan de boedel moeten voldoen. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat, mocht de schuldsaneringsregeling maximaal verlengd worden met twee jaar, schuldenaar niet in staat is om de boedelachterstand in te lopen en het verlengen van de schuldsaneringsregeling dus niet zinvol is.
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat hij het eens is met het standpunt van de bewindvoerder dat het niet mogelijk is om de boedelachterstand gedurende een maximale verlenging in te lopen. Ook schuldenaar heeft ter zitting meegedeeld dat het niet haalbaar is om maandelijks een bedrag van € 1.100,-- extra aan de boedel te voldoen.

3.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 256.361,98 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
Ter zitting is besproken dat er sprake is van een boedelachterstand ter hoogte van
€ 25.918,39. Daarmee staat vast dat schuldenaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn afdrachtverplichting. Tijdens het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat schuldenaar in staat zal zijn om deze boedelachterstand door middel van een verlenging in te lossen.
Dat bovengenoemde tekortkoming niet aan schuldenaar te verwijten is, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het verhoor van 13 december 2021 en 18 augustus 2022 van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest. Met schuldenaar is meermaals besproken dat de boedelachterstand opgelost dient te worden. Schuldenaar heeft meerdere malen uitgesproken dat hij tot een oplossing wil komen, maar heeft geen houdbare oplossing aangedragen. Schuldenaar heeft weliswaar beschermingsbewind aangevraagd, maar dit heeft niet geleid tot het inlopen van de boedelachterstand. Schuldenaar heeft geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding.
De schone lei zal daarom worden geweigerd.

4.De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 30 september 2023;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.457,--;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 september 2023. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.