ECLI:NL:RBROT:2023:9450

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
FT EA 23-691
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling met verlengde looptijd vanwege opleiding en beschermingsbewind

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet langer kan betalen en dat zij in de afgelopen drie jaar niet te goeder trouw was vanwege het opnieuw laten ontstaan van schulden kort na een minnelijk traject, waaronder een schuld aan de verhuurder. Dit wordt als verwijtbaar aangemerkt.

Desondanks erkent de rechtbank de motivatie van verzoekster om haar schulden af te lossen en haar positieve ontwikkelingen, zoals het instellen van beschermingsbewind en het volgen van een BBL-opleiding. Deze omstandigheden leiden tot toepassing van de hardheidsclausule.

De rechtbank besluit de duur van de schuldsaneringsregeling vast te stellen op 36 maanden, mede vanwege de combinatie van werken en studeren, waarbij de inspanningsverplichting tijdelijk niet volledig kan worden nagekomen. Verzoekster stemt hiermee in.

Daarnaast benoemt de rechtbank een rechter-commissaris, kent een voorschot toe voor de bewindvoerder en geeft last tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling toe met een looptijd van 36 maanden vanwege opleidingssituatie en beschermingsbewind.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 28 augustus 2023
[verzoekster01],
wonende te [adres01]
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter terechtzitting van 14 augustus 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [naam01] , werkzaam bij de gemeente Nissewaard (hierna: schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Verzoekster dient daarnaast ten aanzien van haar schulden in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan het verzoekschrift ‘te goeder trouw’ zijn geweest. De rechtbank kan bij deze voorwaarde rekening houden met allerlei omstandigheden. De rechtbank kijkt bijvoorbeeld naar het soort schuld en naar de hoogte van de schuld. Daarnaast wordt gekeken naar het gedrag van verzoekster. Zo wordt gekeken of de schulden verwijtbaar door het eigen handelen van verzoekster zijn ontstaan en wat verzoekster heeft gedaan om haar schulden af te lossen.
De rechtbank stelt vast dat er in 2020 een minnelijk traject is afgerond. Verzoekster heeft vervolgens in een korte tijd – na afronding van het minnelijk traject - opnieuw schulden laten ontstaan. Waaronder – opnieuw – een schuld aan de verhuurder. Dat in zo korte tijd weer zo’n hoge schuldenlast is voldaan is verwijtbaar. Het was aan verzoekster om, als zij niet zelf in staat was voor haar financiën zorg te dragen, tijdig hulp te zoeken, wat zij heeft nagelaten. Daardoor zijn de schulden weer fors opgelopen. Het is voor schuldeisers moeilijk te aanvaarden dat binnen zo’n korte tijd opnieuw fors moet worden afgeschreven op vorderingen, terwijl het aan verzoekster was om hier wat aan te doen.
Daar staat tegenover dat verzoekster graag van haar schulden af wil en gemotiveerd is om aan haar schulden te werken, en ook in de toekomst te voorkomen dat zij opnieuw in de problemen komt. Verzoekster is bezig om haar situatie te veranderen en heeft positieve ontwikkelingen in gang gezet. Met ingang van 18 augustus 2023 is er sprake van beschermingsbewind. Beschermingsbewind waarborgt de betaling van de vaste lasten en het voorkomen van nieuwe schulden. Daarnaast zal verzoekster een BBL-opleiding gaan volgen. Door het volgen van deze opleiding vergroot verzoekster haar kansen op de arbeidsmarkt. Hierdoor zullen haar inkomsten naar alle waarschijnlijkheid toenemen. Dit komt de schuldeisers ten goede. De rechtbank ziet dan ook aanleiding voor toepassing van de zogenaamde hardheidsclausule.
Over de duur van de regeling wordt het volgende overwogen. Zoals hiervoor aan de orde kwam zal verzoekster in september 2023 starten met een BBL-opleiding. Verzoekster zal
24 uur per week gaan werken en één dag per week naar school gaan. Het volgen van een opleiding gaat in beginsel niet samen met de schuldsaneringsregeling, vanwege de inspanningsverplichting. Verzoekster heeft er, zoals ter zitting namens haar is toegelicht, evenwel belang bij om nu te worden toegelaten. Toelating tot de schuldsaneringsregeling levert verzoekster rust en stabiliteit op en daar is grote behoefte aan. Met verzoekster is om die reden ter zitting besproken dat zij voor langere tijd zal worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, zodat zij enerzijds nu de rust vindt in een schuldsaneringstraject en anderzijds de schuldeisers profiteren van – hopelijk – hogere inkomsten na afronding van de opleiding. Gelet op de verwachte duur van de opleiding en de periode waarin verzoekster dus niet aan haar inspanningsverplichting kan voldoen, zal de rechtbank de duur van de regeling bepalen op drie jaar (zie artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet). Verzoekster heeft ter zitting met deze verlengde duur van de regeling ingestemd.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster01],
geboren op [geboortedatum01] -1969, te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ;
- stelt de termijn van de regeling vast op 36 maanden, te rekenen vanaf 28 augustus 2023, waardoor deze termijn eindigt op 28 augustus 2026;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt
en tot bewindvoerder mr. W.P. Groenendijk,
gevestigd te Postbus 324,
3330 AH Zwijndrecht;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2023. [1]
De griffier is buiten staat
dit vonnis te ondertekenen