Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij Zuidweg en Partners (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 28 februari 2023. Verzoekers zijn door inkomensverlies tijdens de coronapandemie en internetfraude in betalingsproblemen geraakt, maar beschikken inmiddels over voldoende inkomen en beschermingsbewind om de huur te voldoen.
Verweerster, de verhuurder, is niet verschenen of verweer komen voeren. De rechtbank beoordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging weegt het belang van verzoekers om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van de verhuurder om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank legt voorwaarden op dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan en dat schuldhulpverlening verslag uitbrengt. Tevens verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284, tweede lid, Fw, vanwege het nog lopende minnelijk traject. De voorlopige voorziening geldt voor zes maanden en verlengt de huurovereenkomst voor die periode.
Uitkomst: De rechtbank schort de ontruiming op voor zes maanden en verlengt de huurovereenkomst onder voorwaarden.