Verzoekster diende bij de rechtbank Rotterdam een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om twee schuldeisers, DUWO en Witteburg Lease B.V., te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. De regeling betreft een prognoseaanbod gebaseerd op haar afloscapaciteit, met een looptijd van 36 maanden en een uitkering van respectievelijk 2,27% aan preferente en 1,14% aan concurrente schuldeisers.
DUWO en Witteburg stemden niet in met het aanbod, stellende dat het bedrag te laag is en de regeling onvoldoende financieel transparant is. Ter zitting werd een gecorrigeerde VTLB-berekening overlegd, waarin het huidige inkomen van verzoekster was verwerkt. De rechtbank oordeelde dat het aanbod goed gedocumenteerd is, het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars.
De rechtbank wees het verzoek toe, veroordeelde DUWO en Witteburg in de proceskosten en stelde dat het dwangakkoord in de plaats treedt van vrijwillige instemming. Tevens wees de rechtbank het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af, omdat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers dan de wettelijke regeling.