Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. B. el Ouath, werkzaam bij Advocatenkantoor El Joghrafi, advocaat van verzoeker (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een vonnis tot ontruiming van zijn huurwoning te schorsen. De ontruiming was aangekondigd na een vonnis van november 2019. Verzoeker beëindigde zelf het bewind en startte dit opnieuw, met een nieuwe bewindvoerder die de huurbetalingen zal verzorgen.
Verweerster stelde dat verzoeker de huur niet betaalde en onvoldoende medewerking verleende, maar verzoeker toonde aan dat de huur voor augustus 2023 was voldaan en dat hij een inkomen en huurtoeslag ontvangt waarmee hij de huur kan betalen. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te volgen zwaarder weegt dan het belang van verweerster.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen met voorwaarden dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan en verzoeker onder bewind blijft. Tevens werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar kan hij later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming schorst en de huurovereenkomst verlengt voor zes maanden onder voorwaarden.