Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
150 (honderdvijftig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
122 (honderdtweeëntwintig) urente verrichten taakstraf resteert;
61 (eenenzestig) dagen;
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaren;
€ 50,- (zegge: vijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 500, -(zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer01] te betalen
€ 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
11 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;