ECLI:NL:RBROT:2023:9668
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang wegens onvoldoende medewerking en zelfredzaamheid
Verzoeker, dakloos en 71 jaar oud, vroeg om toelating tot maatschappelijke opvang nadat zijn CO-pas was komen te vervallen wegens het niet vinden van een woning binnen de gestelde termijn. Het college wees dit verzoek af omdat verzoeker onvoldoende had meegewerkt aan het vinden van passende huisvesting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker met zijn AOW en pensioen voldoende financiële middelen heeft om zelf in onderdak te voorzien en dat er geen aanwijzingen zijn van psychische of lichamelijke beperkingen die zelfredzaamheid belemmeren. Verzoeker had een budgetplan ontvangen en was herhaaldelijk geïnformeerd over geschikte woningen, maar accepteerde deze niet zonder aannemelijk te maken dat ze boven zijn budget lagen.
De rechter stelde dat maatschappelijke opvang niet bedoeld is om problemen op de woningmarkt op te lossen en dat het verzoek het directe gevolg is van het onvoldoende meewerken van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, met als gevolg dat het college niet verplicht is maatschappelijke opvang te verlenen tijdens de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking en geconstateerde zelfredzaamheid.