Verzoeker heeft op 25 mei 2023 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Rotterdam heeft verzoeker gehoord op 21 september 2023.
Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering en heeft een schuldenlast van €17.242,47. De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Uit de feiten blijkt dat verzoeker schulden heeft gemaakt die duiden op overbesteding, waaronder diverse consumptieve schulden die niet strikt noodzakelijk waren en waarvan verzoeker redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij deze niet kon betalen.
Daarnaast zijn er schulden in de vaste lasten ontstaan in februari 2022, waaronder een zorgverzekeringsschuld en een waterbedrijfsschuld. Gezien het patroon van overbesteding en het onbetaald laten van vaste lasten, vreest de rechtbank dat verzoeker niet aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zal kunnen voldoen.
Hoewel verzoeker na juli 2022 geen nieuwe schulden meer heeft gemaakt en daarmee op de goede weg is, acht de rechtbank deze ontwikkeling onvoldoende bestendig om toelating tot de regeling te rechtvaardigen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af en geeft aan dat een volgend verzoek mogelijk kansrijker is bij verdere stabilisatie van de situatie. Tevens is met verzoeker besproken dat beschermingsbewind mogelijk nuttig kan zijn.