ECLI:NL:RBROT:2023:9681
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens ontbreken administratie en onvoldoende medewerking
Verzoekster diende op 7 juli 2023 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij was persoonlijk failliet verklaard en had meerdere faillissementen van haar ondernemingen achter de rug, waarbij sprake was van ontbrekende administratie en aansprakelijkstellingen voor boedeltekorten. De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, mede door het ontbreken van essentiële administratie zoals patiëntendossiers en het niet nakomen van verplichtingen.
Daarnaast was verzoekster onvoldoende meegewerkt tijdens de faillissementen, wat leidde tot bewaring en een fraudemelding. Ook waren er aanzienlijke belastingschulden en geldleningen die niet te goeder trouw waren aangegaan. De rechtbank constateerde dat verzoekster ondanks recente positieve ontwikkelingen zoals het beëindigen van ondernemingen en het werken in loondienst, onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de schuldsaneringsregeling zou kunnen naleven.
De rechtbank wees ook op het ontstaan van nieuwe schulden in de periode na het faillissement, wat de vrees versterkte dat verzoekster haar verplichtingen niet zou nakomen. Gezien de ernst en omvang van de schulden, het ontbreken van administratie en de gedragingen van verzoekster, werd het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. De rechtbank gaf aan dat een toekomstig verzoek mogelijk meer kans van slagen heeft als de situatie van verzoekster verder stabiliseert.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van administratie, onvoldoende medewerking en het niet te goeder trouw ontstaan van schulden.