Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan vijftien schuldeisers, waarbij veertien schuldeisers instemden, maar ABN AMRO niet. ABN AMRO betoogde dat het aanbod onvoldoende gedocumenteerd was en niet het maximaal haalbare betrof.
De rechtbank oordeelde dat het voorstel goed gedocumenteerd was, getoetst door een onafhankelijke partij en dat het aanbod het uiterste was wat verzoeker kon bieden. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wogen zwaarder dan het belang van ABN AMRO bij weigering.
De rechtbank stelde een dwangakkoord vast, waardoor ABN AMRO wordt verplicht in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat voor schuldeisers oplevert. ABN AMRO werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.