Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- [naam01] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam en waarnemend voor [naam02] (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam03] , werkzaam bij Pameijer (hierna: begeleiding).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een prognoseaanbod tot schuldregeling gedaan op basis van haar afloscapaciteit, werkend in de zorg, met een maximale duur van 36 maanden. Zes van de zeven schuldeisers stemden in met het aanbod, maar RvO weigerde vanwege onjuiste informatieverstrekking en het belang van haar vorderingen.
De rechtbank weegt het belang van RvO af tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers. Hoewel RvO stelt dat de vordering is ontstaan door onjuiste informatie, erkent verzoekster dit en toont zij schuldbewustzijn en een saneringsgezinde houding. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en biedt een gunstiger resultaat dan de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank concludeert dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van RvO. Daarom beveelt zij RvO in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. RvO wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt RvO in te stemmen met het aangeboden dwangakkoord en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.