ECLI:NL:RBROT:2023:9768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding voorarrest en rechtsbijstand na vrijspraak wegens gebrek aan billijkheid
De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 augustus 2023 de verzoeken van de gewezen verdachte tot vergoeding van immateriële schade door voorarrest en kosten rechtsbijstand. De verdachte was van 9 tot 14 september 2021 in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis geweest tot 3 december 2021 op verdenking van medeplegen voorbereidingshandelingen op grond van de Opiumwet. Bij vonnis van 2 december 2022 werd hij vrijgesproken, en dit vonnis werd op 17 december 2022 onherroepelijk.
De rechtbank overwoog dat ondanks de vrijspraak er voldoende verdenking bestond om de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis te rechtvaardigen. De verdachte was onder verdachte omstandigheden aangetroffen op een haventerrein met voorwerpen die passen bij het uithalen van harddrugs uit containers. De verdachte gaf geen verklaring en beriep zich op het zwijgrecht. Het nader onderzoek door het Openbaar Ministerie was noodzakelijk en duurde enige tijd. Hierdoor was het niet billijk om een vergoeding toe te kennen voor de immateriële schade door het voorarrest.
Ook het verzoek tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat uit de motivering van de vrijspraak voldoende bleek dat toewijzing van een vergoeding niet billijk zou zijn. De rechtbank wees beide verzoeken af.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding voorarrest en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens ontbreken van gronden van billijkheid.