ECLI:NL:RBROT:2023:9772
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding voorarrest en kosten rechtsbijstand na vrijspraak
De verzoeker was van 9 tot 15 september 2021 in verzekering gesteld en daarna in voorlopige hechtenis op verdenking van medeplegen van voorbereidingshandelingen op grond van de Opiumwet. Op 2 december 2022 is hij vrijgesproken en deze uitspraak is onherroepelijk geworden.
De verzoeker vroeg vergoeding van immateriële schade door het voorarrest en van kosten rechtsbijstand. De rechtbank overwoog dat hoewel de zaak zonder straf eindigde, er voldoende verdenking bestond om de dwangmiddelen te rechtvaardigen. De verdachte werd onder verdachte omstandigheden aangetroffen op een verboden terrein met aanwijzingen die duiden op betrokkenheid bij drugsvoorbereidingen.
De rechtbank vond geen billijkheidsggronden voor vergoeding omdat het onderzoek tijd kostte en de voorlopige hechtenis toe te rekenen was aan de verzoeker. Ook de kosten voor rechtsbijstand werden niet vergoed omdat de vrijspraak niet leidde tot billijkheid voor vergoeding. Beide verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot vergoeding voorarrest en kosten rechtsbijstand worden afgewezen wegens ontbreken van billijkheid ondanks vrijspraak.