ECLI:NL:RBROT:2023:9812
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onduidelijkheid over eerste pandrecht op vordering
De coöperatie verzoekster diende een faillissementsverzoek in tegen de besloten vennootschap verweerster, stellende dat verweerster is opgehouden met betalen en dat verzoekster een eerste pandrecht heeft op een vordering van €1.000.000,-- van schuldeiser op verweerster.
Verzoekster baseerde haar pandrecht op een verzamelpandakte uit 2019 en stelde dat dit pandrecht eerder is gevestigd dan de pandrechten van andere financiers. Verweerster betwistte dit en stelde dat verzoekster slechts een tweede pandrecht heeft en daardoor niet bevoegd is het faillissement aan te vragen.
De rechtbank oordeelde dat de vraag wie het eerste pandrecht heeft een zuiver juridische kwestie is die niet summierlijk kan worden vastgesteld in deze procedure. Het verzoek tot faillietverklaring werd daarom afgewezen. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op €598,00.
De uitspraak benadrukt dat de faillissementsrechter niet geschikt is om de rangorde van pandrechten te bepalen en dat nader onderzoek buiten de reikwijdte van dit verzoek valt.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen omdat niet summierlijk is gebleken dat verzoekster het eerste pandrecht bezit.