Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens gezondheidsklachten, maar het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid op 7,03% vast en wees de uitkering af. In bezwaar bleef het UWV bij dit besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij de verzekeringsarts B&B eiseres in beroep heeft onderzocht en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde. De arbeidsdeskundige B&B verwierp enkele functies vanwege overschrijding van beperkingen, maar duidde nieuwe functies waardoor de arbeidsongeschiktheid op 10,07% werd vastgesteld.
Hoewel er aanvankelijk een motiveringsgebrek was in het bezwaarbesluit, werd dit hersteld met aanvullende rapporten. De rechtbank achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond de vastgestelde beperkingen adequaat gemotiveerd. De arbeidsdeskundige beoordeling werd niet betwist.
De rechtbank concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.