Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
Het verzoek
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna [kind01], tot zijn meerderjarigheid op 9 mei 2024.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar het kind verblijft bij een jeugdhulpinstelling. De kinderrechter constateert dat het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door diverse ingrijpende gebeurtenissen, verslavingsproblematiek, agressief gedrag en een problematische vriendenkring. De ouders zijn gescheiden en verschillen van mening over de aanpak en hulpverlening.
De GI heeft het verzoek ter zitting gewijzigd van verlenging voor een jaar naar verlenging tot meerderjarigheid, met het oog op het bieden van stabiliteit en het waarborgen van passende hulpverlening. De moeder steunt het verzoek en erkent de problematiek en noodzaak van hulp.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing tot 9 mei 2024. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het belang van het kind bij continuering van de hulpverlening en structuur staat centraal, mede gezien zijn aankomende meerderjarigheid.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van het kind worden verlengd tot zijn meerderjarigheid op 9 mei 2024.